in Ondernemend gedrag

Hoeveel uitstroomprofielen, lees opleidingen, kent het HBO? Ruim 10.000. En het MBO? Bijna het dubbele. Al die verschillende opleidingen suggereren dat elke opleiding heel specifiek is. En het suggereert dat er na het examen banen zijn die naadloos aansluiten bij die specifieke opleiding.

Helaas is de dagelijkse praktijk anders. De arbeidsmarkt verandert razendsnel, veel sneller dan de opleidingen aangepast kunnen worden. Het onderwijs kan op deze manier de samenleving niet goed volgen. Tijd voor een andere benadering. Het belangrijkste uitroomprofiel voor de komende jaren is: Ondernemende Medewerker.

De razendsnelle verandering van de arbeidsmarkt wordt zichtbaar in een paar cijfers. In 2012 waren 96% van de nieuwe arbeidscontracten tijdelijke contracten. Slechts vier procent was een contract van onbepaalde duur. Nu, in 2014, heeft slechts 69% van de medewerkers een vast contract. Met andere woorden: 31% van alle medewerkers in Nederland moet binnen afzienbare tijd op zoek naar een volgende functie. Deze zogenaamde flexibele schil bestaat voor een groot deel uit jongeren. Die flexibele schil wordt jaarlijks groter.

Het aantal startende ondernemers is ook in 2013 weer toegenomen, tot ruim boven 150.000. Dat zijn bijna allemaal ZZP-ers. Slechts een klein aantal gestarte bedrijven bestaat uit twee of meer medewerkers. Er zijn nu ongeveer een miljoen ZZP-ers in Nederland, en dat aantal blijft groeien. Zelfstandig ondernemen is een vanzelfsprekende manier van inkomen verwerven geworden.

Toekomst bestendig opleiden

De cijfers maken èen ding duidelijk: studenten van nu moeten zich voorbereiden op een leven waarin ze vandaag een tijdelijk contract hebben, morgen ZZP-er zijn en volgende week bijvoorbeeld in een co-operatie werken. Vaste contracten zijn uit het zicht verdwenen. De meeste studenten beseffen dat en vinden dat vaak ook wel een prettig vooruitzicht.

In het onderwijs, en dan vooral het beroepsonderwijs, dringt dit besef nog te weinig door. Bijvoorbeeld: ook voor volgend studiejaar bieden ROC’s weer opleidingen als Recreatie, Toerisme, Leisure, Hospitality, Gastheer etc. Op de niveau’s 2, 3 en 4 wordt per opleiding een waaier aan beroepen voorgespiegeld als Host, Assistent, Executive, Manager, Manager Back-Office, Leasure Managerment, Cultureel Organisator, etcetera etcetra. De opleidingen overlappen qua markt en qua inhoud voor een flink gedeelte. Dat geldt ook voor de verschillende beroepen. Wat is het onderscheidend vermogen van elk van de opleidingen?

En dit is maar een van de vele voorbeelden.

Geen baan maar toegevoegde waarde

Natuurlijk wordt in elk van de genoemde opleiding ingegaan op de specifieke aspecten van het beroepenveld. Maar de kernvraag is: is die heel specifieke opleiding wel toekomstbestendig? Wie 4 jaar geleden een administratieve opleiding ging volgen leek verzekerd van een baan. De afgelopen 4 jaar zijn er vooral bij de banken ruim 60.000 administratieve functies verdwenen. In een paar jaar is het perspectief dus omgedraaid. Niet alleen de contractvorm verandert, ook is het nog maar de vraag of het soort banen in de toekomst nog wel bestaan.

In het onderwijs moeten we daarom niet meer de illusie koesteren dat we opleiden naar een specifieke baan in een gedetailleerd afgebakende beroepenveld. Daarvoor in de plaats moeten we studenten voorbereiden op een samenleving die vraagt om flexibiliteit. De nieuwe Werker biedt toegevoegde waarde op basis van een flexibel contract. Hij is vakman en weet hoe hij opdrachtgevers kan helpen. Hij is zelfstandig en speelt in op mogelijkheden, in de diepte en in de breedte.

Ondernemend gedrag is daarmee dé competentie van de student van morgen, natuurlijk wel gecombineerd met vakmanschap op een hoog niveau. Ook voor opleidingen geldt: het gaat om de toegevoegde waarde die je je studenten biedt. Laten Proeven van Ondernemerschap is een belangrijk onderdeel van die toegevoegde waarde.

 

 

 

Recente berichten

Laat een reactie achter

5 × twee =

0