in Ondernemerschap, Oriëntatie op ondernemerschap

Steeds meer opleidingen experimenteren met een eigen bedrijf voor studenten, als invulling van het vak ondernemerschap. Een nieuwe ontwikkeling is het ‘studentbedrijf’ als stage. Het eigen bedrijf fungeert hierbij als stageplek. De gedachte is dat de student in deze stage zijn vakmanschap én tegelijkertijd zijn ondernemerschap ontwikkelt. Twee vliegen in één klap. Een eigen bedrijf als stage: is dat wel een goed idee?

Een coördinator ondernemerschap bij een mbo gaf het volgende voorbeeld. Een student van een opleiding houtbewerking begint een eigen bedrijf, als invulling van zijn mbo-stage. Voor een betalende klant maakt hij een ontwerp voor een tafel. Hij heeft een leuk idee: hij gebruikt onbewerkt steigerhout, de gaten vult hij op met beton. Dit idee verkoopt hij, letterlijk, aan zijn klant. De klant geeft hem de opdracht een tafel te maken.

Helaas gaat het mis: beton en cement houden niet goed op hout, het valt er af. De student blijft experimenteren, het lukt hem niet. Hij heeft veel kosten gemaakt en hij heeft niets verdiend. De klant is ontevreden en loopt weg.

Eerst vakman

Wat is hier misgegaan? De student is aan de slag gegaan met een idee dat hij niet goed heeft uitgedacht. Als hij meer had geleerd en meer ervaring had gehad, dan zou hij geweten hebben dat hout en beton niet samengaan. Met andere woorden: zijn vakmanschap als houtbewerker is nog niet voldoende ontwikkeld om een dergelijke klus te klaren.

Deze student heeft zijn aandacht moeten verdelen over twee gebieden. Hij moest zijn vakmanschap als houtbewerker nog ontwikkelen. Daarnaast moest hij leren wat het betekent om ondernemer te zijn. Hij moest zich de kennis van beide nog eigen maken. Ook moest hij nog ervaring opbouwen. En dat gaat gepaard met fouten maken en leren.

Daarna ondernemen

Dat de student een fout heeft gemaakt door hout te willen combineren met cement en beton is prima als leerervaring. De leerervaring moet hierna verder worden uitgewerkt: kan het wel?, kan het niet?, of kan het bijvoorbeeld alleen als je iets aanpast? Voor de student zou dit een uitdagende opdracht kunnen zijn. Helaas is met het weglopen van de klant zijn opdracht ook afgelopen.

Door een stageplek in de vorm van een eigen bedrijf ontwikkelt de student noch zijn vakmanschap en noch zijn ondernemerschap optimaal. Ondernemerschap draait om de klant. Het gebrek aan vakmanschap van de student leidt tot een ontevreden klant die waarschijnlijk niet meer terugkomt. Dat frustreert de ontwikkeling van het ondernemerschap van de student. Dit is een dure les, in de meest letterlijke zin van het woord.

En als het nu niet lukt?

De coördinator ondernemerschap vertelde dit als een geslaagd voorbeeld van ondernemen als stageplek. Voor de schoolorganisatie is het misschien geslaagd. Maar voor de student beslist niet.

De praktijk van ondernemen is weerbarstig. De meeste studentbedrijven blijken niet levensvatbaar. Over de klantwensen en/of het product is onvoldoende nagedacht, of het is moeilijker te leveren dan gedacht. Vaak heet de student er eigenlijk niet echt zin in.

Jaarlijks schrijven meer dan 130.000 mensen zich in als ondernemer. Meer dan de helft van deze startende ondernemers stopt binnen twee jaar! Het ondernemerschap valt tegen, en de opbrengst is niet voldoende om van te leven. Ondernemen is een vak, een vak dat je moet leren.

Voorkom lege handen

De gedachte om met een eigen bedrijf te beginnen op school is aantrekkelijk. Zo nodig zouden docenten de student kunnen helpen. De student krijgt een echte leerervaring.

Maar door beide leerprocessen tegelijkertijd aan te bieden krijgen zowel het vakmanschap als het ondernemerschap te weinig aandacht. Het grote risico is dat dit ten koste gaat van de beroepsvorming, en dat daardoor het vakmanschap wordt uitgehold. Als het bedrijf mislukt staat de student met lege handen.

Een eigen bedrijf als stage draagt dus het erg grote risico van mislukken met zich mee. Om dit risico te verminderen is het verstandig om voorafgaand aan de stage eerst een basis te leggen op het gebied van ondernemerschap. Dit kan in de vorm van een keuzedeel. Randvoorwaarde is wel dat de student zich het vak al heeft eigen gemaakt. Daarna kan de student experimenteren als ondernemer.

Recente berichten

Laat een reactie achter

twaalf − vier =

0