in Algemeen

De wereld staat op zijn kop als gevolg van de Coronacrisis. Organisaties en bedrijven passen hun werkzaamheden aan om toch door te kunnen werken. Ondernemers zien hun omzet wegvallen en zijn naarstig op zoek naar andere manieren om omzet te genereren. Experimenteren en innoveren is het devies. Hoe kan het onderwijs, liever gezegd de student, inspelen op innovaties?

We ervaren het aan den lijve: we werken thuis, geven digitaal les en vergaderen op afstand. Zo goed als het gaat passen we onze werkwijzen aan aan de omstandigheden. Lange tijd is vooral gesproken over vernieuwing in het onderwijs. Nu experimenteren en innoveren we volop. We moeten wel, de Coronacrisis gooit ons in het diepe.

Dit geldt voor het onderwijs en organisaties. Voor bedrijven komt er nog een belangrijk onderwerp bij: hun verdienmodel valt weg. Omdat de omzet wegvalt moeten ze op zoek naar alternatieven. De nieuwe omstandigheden dwingen ons om te innoveren.

Kans voor studenten

Het beroepenveld verandert daardoor in een razend tempo. Voor onze studenten heeft dat grote gevolgen. Want het beroep waar ze aan het begin van de opleiding voor kozen kan er wel eens heel anders uit gaan zien. Een paar voorbeelden: hoe ziet een baan in het toerisme er over een jaar uit, wat betekent de Coronacrisis voor de zorg?

Het is belangrijk dat studenten zich nu al, tijdens de opleiding, oriënteren op de veranderingen die nu snel ingevoerd worden. Als docent kan je dat doen in het kader van de keuzedelen. Met name het keuzedeel “Inspelen op Innovaties” is daarvoor een goed vertrekpunt. Daardoor krijgen de studenten een praktisch en realistisch beeld van hun toekomstig beroep.

Hier vind je meer informatie over “Inspelen op Innovaties”.

De innovatieladder

Innovatie is een abstract begrip. Voor studenten kan het daarom lastig zijn om grip te krijgen op de betekenis van innovatie in hun beroep. De innovatieladder is daarbij een handige kapstok.

Innovaties moeten voldoen aan vijf criteria:

  1. Functie
    Het eerste criterium gaat over de functie van het nieuwe of aangepaste product. De innovatie moet een probleem oplossen. Het moet meer, beter of anders zijn dan bestaande alternatieven.
  2. Betrouwbaarheid
    Functioneert het altijd, werkt het ook altijd foutloos? Des te betrouwbaarder de innovatie functioneert, des te groter is de potentiele klantengroep. Betrouwbaarheid is noodzakelijk.
  3. Gemak
    Is de innovatie gemakkelijk uit te voeren, te bedienen of uit te voeren? Werkt het zonder er bij na te hoeven denken? Werkt het snel? En is het goedkoop in gebruik?
  4. Ervaring
    Beleving wordt steeds belangrijker. Het moet fijn zijn om mee te werken. Veel telewerkers zullen op dit moment helaas anders ervaren.
  5. Effect
    Het laatste criterium gaat over wat de innovatie voor jou betekent in je (werk)omgeving.
    Door veranderingen stap voor stap en in deze volgorde in kaart te brengen krijgen studenten een concreet beeld van de veranderingen in hun toekomstig beroep.

Meer over de innovatieladder vindt je hier.

Recente berichten

Laat een reactie achter

zeventien − 6 =

0